Ollivandra Veenstra

Description:

Appearance

Olli is an average-looking girl who looks to be in her late teens. She’s 173 cm tall and has orangey ginger hair reaching to just below her shoulders, with bangs covering her forehead. She has a freckled face with hazel eyes that aren’t particularly remarkable and an athletic figure with toned (but not all that bulky) muscles. She’s a leftie.

Clothes

Olli prefers to wear expensive branded polo shirts or blouses, often with the collar pulled up. She usually wears a casually loosened necktie or suspenders. She wears expensive dark navy jeans with black sneakers.

Vanity

Even though Olli can be picky when it comes to clothing and makes sure she looks clean and neat, she isn’t very vain. Looking ‘pretty’ isn’t at the top of her priority list when more pressing matters require her attention.

(note: omega mark is gone – i’ll fix the ref at some point c: )

Olliref

Scars

Olli has several scars:

  • Faint scratches on her left cheek and neck, where it looks like someone scratched her once.
  • Messy-looking scar that looks like it was done with a knife that reads: “Olli (heart) Nien” on the right side of her lower back

Olliface

Personality & fluff

Olli’s loyal to those dear to her, and she’ll gladly punch in the faces of those hurting said dear ones. She loves sports and is a professional kickboxer/marathon runner (although the latter’s hard to keep up when you’re a kindred, apart from the occasional nighttime run), but mostly lives off her huge trustfund.

Olli dislikes beings with awful clothing taste and she hates being made a fool of, since she was raised with the understanding that status means everything. However, since she was raised to understand that she had already earned her status by being born into the right family, it’s not always as easy for Olli to wriggle her way into earning respect in kindred society, where the rules’re suddenly all different.

The only posession – beside a good, up-to-date outfit – that Ollivandra keeps with her wherever she goes is a small black ring box.

Bio:

Mortal Life – Birth to Embrace highlights

5 December 1980 (0)

“Ze is prachtig,” fluisterde Peter Veenstra in Helen’s oor terwijl hij naar het kleine mensje in haar armen keek.

“Ik ben benieuwd of ze Sinterklaas leuk zal vinden of er een hekel aan zal hebben,” zei Helen zacht. “Omdat ze dan maar één keer cadeautjes krijgt, voor haar gevoel…”

Peter wreef zijn neus zachtjes door Helen’s haar. “Komt vast wel goed.”

“Ja… Ze zal aan niks tekort komen. En dan is het wel gelijk dubbel feest.”

Peter’s telefoon ging af, en Helen zuchtte. “Echt? Je hebt hem niet uit gezet?”

“Jawel,” zei Peter haastig. “Maar ik verwacht nog een telefoontje van de baas dus ik heb hem weer aangezet…” Hij keek op zijn telefoon en gebaarde naar Helen dat hij dit telefoontje écht moest pakken. Peter draaide zich om naar het raam van het ziekenhuis terwijl hij het telefoontje aannam.

“Ja, met Peter. Ja… Oh, meneer Yoshi is vandaag al aangekomen in plaats van morgen? Ja… Nee… Ik snap het.”

Helen keek naar het mensje in haar armen, dat al maanden geleden een naam had gekregen – Ollivandra, omdat ze iets bijzonders wilden, iets ánders – en zachte, tevreden kreun geluidjes maakte in haar armen.

“Over een uur?” Peter keek op zijn horloge. “Ja, dat is prima.” Peter hing op en draaide zich terug naar zijn gezin.

“Zeg maar niks,” zuchtte Helen. “Je moet gaan…”

“Sorry,” zei Peter. “Relatie uit Japan is vandaag aangekomen. Hij zou eigenlijk morgen komen.” Peter klonk teleurgesteld. Hij kuste Helen’s voorhoofd en Ollivandra’s wang. “Mijn kleine meisje… Ze is zo mooi, Helen. Perfect. Ik zie jullie thuis.”

Helen knikte en keek naar Ollivandra, die een miniatuur-handje uitstrekte naar Helen. Ze voelde zich gelijk een stuk beter.

Januari 1985 (4)

“Mama, mama!” schreeuwde Ollivandra terwijl ze de bibliotheek van de Veenstra’s inrende.

Helen draaide zich om van haar boek en keek in Ollivandra’s vragende ogen. “Papa?”

“Papa komt volgende week pas weer thuis,” zei Helen met een ongeduldige stem.

Ollivandra twijfelde even en keek naar haar moeder’s boek. “Voorlezen!” eiste ze enthousiast.

Selena kwam het huis inrennen, buiten adem. “Ollivandra! We zouden niet meer stiekem wegrennen tijdens het verstoppertje spelen, weet je nog?”

Ollivandra draaide zich om en keek naar Selena. “Maar je bent slecht erin,” zei ze teleurgesteld. Daarna draaide ze zich weer om naar Helen. “Voorlezen?”

Helen keek Ollivandra aan en zuchtte. “Niet nu, liefje, mama is aan het studeren.” Ze keek naar Selena. “Seleen, je nut valt nogal weg als je haar niet onder controle kan houden. De reden dat we je hebben aangenomen is om op haar te letten zodat ze niet de hele dag aan m’n hoofd zit te zeuren, weet je nog?”

“Excuses, mevrouw, het zal niet meer gebeuren. Kom, kind…”

“Nee!” riep Ollivandra. “Nee! Nee! Nee! Voorlezen!”

“Toe, Ollivandra,” zei Selena met een smekende toon in haar stem, “Je zal er toch niks van snappen.”

“J’wel!” bracht Ollivandra in.

Selena pakte Ollivandra’s arm en begon haar weg te sleuren, onder luid protest van Ollivandra, die schreeuwde en krijste alsof ze werd afgemaakt.

“Kom, popje, dan gaan we winkelen, ja..?”

“’k Wil nie! Wil mama lezen!” schreeuwde Ollivandra terwijl ze werd weggesleurd van haar moeder richting de winkels.

Maart 1988 (7)

Ollivandra hield haar moeder’s hand vast terwijl ze door de kledingwinkel liepen. Haar moeder praatte met Selena, maar Ollivandra lette niet echt op waarover terwijl ze om zich heen keek naar de mensen – goed gekleed en het uitverkoop-rek ontwijkend, behalve als ze er zeker van waren dat niemand keek – en de kledingrekken.

“… En op yoga gisteren had Henny gewoon een V&D blouseje aan, kan je het geloven?” vertelde Helen luid en geanimeerd tegen Selena. “Ik herkende het nieteens, en toen ik vroeg waar ze het vandaan had zei ze het gewoon.”

Ollivandra reikte haar hand uit naar een roze Ralph Lauren blouseje in haar maat in het uitverkoop rek. “Mama, deze!”

Helen volgde Ollivandra’s blik en trok haar gauw weg. “Nee liefje, niet die. Da’s van het vorige seizoen.”

“W’rom?” vroeg Ollivandra. “Ik wil die!”

“Liefje, ik heb het je toch al zo vaak uitgelegd… Dat is voor arme mensen, die het zich niet kunnen veroorloven om in de laatste mode rond te lopen.” Helen trok Ollivandra mee naar de kinderafdeling en pakte een rode blouse van het rek die ze voor Ollivandra hield. “Kijk, is dit niet beter?”

“Maar roze is mijn favoriete kleur.”

“Nee, roze was je favoriete kleur vorig najaar. Rood en lichtblauw zijn nu je favoriete kleuren,” zei Helen overtuigend. Selena keek bezorgd terwijl ze Ollivandra en Helen gadesloeg.

“Papa vindt dat roze leuk staat!” zei Ollivandra, die haar stem begon te verheffen. “Papa zou de roze voor me kopen!”

“Ollivandra, ik heb het je nu wel vaak genoeg uitgelegd. We kopen iets van deze afdeling, en dan mag je zelf weten wat, of we kopen niets. Maar we kopen geen arme mensen kleding van vorig najaar. Jij mag de keuze maken, iets van dit, of helemaal niets.” Helen keek Ollivandra boos aan.

“Neeheehee! Mama! Niet eerlijk! Ik wil die ene, alsjeblie-hieft toe!” schreeuwde Ollivandra smekend.

Helen greep Ollivandra’s arm en begon haar de winkel uit te sleuren. “Als je je zo blijft gedragen krijg je helemaal nooit meer wat nieuws,” zei Helen boos, “Dan koopt Selena in het vervolg wel je kleding en dan heb je maar te dragen wat we voor je uitkiezen.”

Iedereen die Helen geamuseerd aankeek terwijl ze haar krijsende kind de winkel uitsleurde – iedereen die Helen kende, iedereen over wie Helen ooit weleens geroddeld had – kreeg een giftige blik toegeworpen.

September 1988 (7); International Boarding School Eerde, te Ommen

“Nou, liefje, maak je geen zorgen, je komt elk weekend naar huis,” zei Helen bezorgd. Ollivandra stond daar, nadat ze haar koffers naar haar toekomstige kamer hadden gebracht, op de parkeerplaats van Eerde en keek haar moeder boos aan. “En er wordt hier voor alles gezorgd, en als er iets is dan ga je gewoon naar het schoolhoofd toe en dan bellen ze ons gelijk op.”

Ollivandra staarde haar ouders boos aan terwijl ze daar stonden, naast papa’s Aston Martin, klaar om weer weg te gaan, klaar om haar achter te laten.

“Waarom” was de vraag die ze al wel honderd keer had gevraagd de afgelopen twee maanden, sinds haar ouders de beslissing hadden genomen haar naar de internationale kostschool Eerde in Ommen te sturen. Een bevredigend antwoord had ze nog niet gekregen.

“Het zal even wennen zijn, maar het komt allemaal goed,” zei Peter. “En we gaan elk weekend leuke dingen doen, ja? Dan ben ik er ook, in ieder geval om het weekend, dat beloof ik.”

Ollivandra stond daar en keek haar ouders boos aan terwijl ze nog een keer naar haar zwaaide.

“Doei liefje, we zullen je missen!”

“Ollivandra Juliette Veenstra?” hoorde ze een mannenstem achter zich. “Ik heb net al even met je ouders gepraat, ik ben principle Marlow, het schoolhoofd.”

Ollivandra bleef naar haar ouders staren terwijl ze dankbaar naar het schoolhoofd knikten en naar Olli zwaaiden.

“Kom, dan stel ik je voor aan je nieuwe klasgenootjes, huisgenootjes en je docenten,” zei principle Marlow en hij klopte Ollivandra op de schouder. Ze liep stilletjes mee, van binnen nog steeds boos en alleen.

Augustus 1992 (11)

Helen, Peter en Ollivandra liepen door de kledingwinkel en Ollivandra keek om zich heen. Ze liep langs het rek met afgeprijsde artikelen – dat was voor arme mensen, en ook al zaten er wat leuke dingen tussen, ze kon toch niet met de mode van vorig jaar rondlopen op Eerde – naar de mode van deze zomer, die net binnen was gekomen.

Peter ging aan de grote koffietafel midden in de winkel zitten en kreeg een kopje koffie van het personeel terwijl Helen en Ollivandra door de rijen kleding zochten.

“Heb je zin om volgend weekend naar Parijs te gaan?” vroeg Helen terwijl ze door de kleding zocht.

“Ja, leuk,” zei Ollivandra terwijl ze door de kleding keek. Ze klonk niet heel enthousiast, en het was niet dat ze het niet leuk vond om weg te gaan; het was meer dat ze het zo gewend was dat ze het verwachtte. “Deze?” stelde ze voor en hield een mintgroene Ralph Lauren polo omhoog.

“Pas maar,” stelde Helen voor.

Helen ging bij Peter zitten terwijl Ollivandra een stuk of vijf poloshirts en blousejes aan het passen was.

“Ik kan me haast niet meer voorstellen hoe haar eerste jaren waren,” zei Helen tevreden en ze keek Peter met een zachte blik aan. “Het is fijn, zo.”

“Ja… De vakantie is alweer bijna voorbij. Gelukkig heeft Juul het zelf ook naar haar zin op Eerde,” zei Peter. “En ze hebben een heleboel faciliteiten qua sport, daar is ze geloof ik ook wel blij mee.”

Helen knikte. “Ja, het was een goede beslissing om haar daarheen te sturen, uiteindelijk, na haar eerste paar weken heimwee. Ze weten soms gewoon zelf niet wat goed voor ze is…”

Peter knikte en sloeg een arm op Helen heen. Hij keek haar liefdevol aan. “Gelukkig heeft ze de beste moeder in de wereld.”

“Mam, ik vind deze alle vier leuk,” riep Ollivandra terwijl ze aan kwam lopen met twee poloshirts, een blouse met korte mouwen en een blouse met lange mouwen.

Helen aaide Peter’s arm en stond op. “Dan nemen we ze allemaal wel,” zei ze.

“Dankje, mam!” zei Ollivandra tevreden en Peter dronk de laatste slokjes koffie op en volgde Helen en Ollivandra naar de kassa.

December 1994 (14)

Ollivandra keek door het raam naar buiten; het was begonnen met sneeuwen.

“Mam, zullen we een sneeuwpop maken?” vroeg ze, maar ze wist eigenlijk al dat het antwoord ‘nee’ zou zijn.

“Sorry, schatje, mama is nu aan het lezen,” zei Helen terwijl ze aan de grote eikenhouten tafel in het midden van de Veenstra bibliotheek zat.

Ollivandra zuchtte. “Zullen we winkelen dan?”

“Nee liefje, vraag Selena maar, zij wil vast wel met je mee.”

“Ik wíl niet met Selena, mam, ik wil met jou!”

“Ik heb echt geen tijd, Juultje.”

Ollivandra zuchtte diep en keek boos uit het raam.

“Weet je nog, vroeger, toen we nog leuke dingen deden?” zei Ollivandra boos.

“We doen zát leuke dingen, Juultje,” zei haar moeder terwijl ze gewoon verder las; ze klonk nieteens alsof ze echt aan het luisteren was naar wat Ollivandra zei.

“Niet zoveel als vroeger,” zei Ollivandra. “Vroeger gingen we elk weekend wel wat doen. Dan gingen we weg, of naar het bos toe, of we gingen samen winkelen…”

“Tja, papa heeft het ook erg druk met zijn werk,” zei Helen.

“Maar jíj niet,” zei Ollivandra. “Waarom gaan we niet met zijn tweetjes iets doen?”

“Sorry schatje, ik heb ge–”

“Geen tijd,” viel Ollivandra haar in de rede en ze zuchtte. “Mag ik dan je creditcard? Dan sleur ik Selena wel weer mee.”

Helen legde haar creditcard op tafel en ging gewoon verder met lezen, en Ollivandra bekeek het kaartje boos terwijl ze de bibliotheek uitliep en de hal in. “Seleeeena!”

*

“Hoe was het winkelen?” vroeg Helen terwijl ze aan het avondeten zaten.

“Komen jullie kijken als ik in Januari weer een kickbox-wedstrijd heb?” vroeg Ollivandra zonder de vraag te beantwoorden. “Of als ik volgend najaar meedoe aan de halve marathon van Ommen?”

“Dat weten we nog niet, papa moet misschien –” begon Helen.

“Dacht ik al. Gaan we nog ergens heen deze vakantie?” vroeg Ollivandra. “Gewoon, met zijn drietjes?” Ze keek haar vader en moeder aan.

“Je weet dat papa het druk heeft met zijn werk,” zei Helen.

“Hij is nu toch hier?” zei Ollivandra. “Misschien kunnen we zelfs morgen gelijk gaan. Er is vast nog wel iets te vinden.”

“Het spijt me, ik kan elk moment een telefoontje krijgen,” zei Peter. “Dus het kan echt niet.”

“Maar het is niet eerlijk, ik zie jullie al zo weinig en we doen nooit meer leuke dingen met zijn allen,” zei Ollivandra met een verheven stem die steeds zeurderiger werd. “En ik wil gewoon iets met zijn allen doen. Ik ben toch jullie dochter?! Daar mogen jullie best ruimte voor maken!”

“Juultje, doe toch eens rustig. Je weet wat het antwoord is.” Helen keek Ollivandra boos aan. “En we zitten gezellig samen te eten, toch? Dus doe nou maar gewoon rustig.”

“Ik doe rustig!” schreeuwde Ollivandra. “Het enige wat ik wil is dat we gewoon gezellig met zijn allen wat ga doen, en je doet alsof ik een belachelijke vraag stel!”

“Het ís ook belachelijk, schat, want het gaat prima zo,” zei Helen. “Ik vind dat we zat tijd samen doorbrengen.”

Ollivandra stond op en keek haar moeder boos aan. “Hoe kan je dat nou zeggen! Ik zie je creditcard nog meer dan dat ik jou zie!”

“Juultje!” zei Peter, “Zeg toch niet zulke dingen over je moeder!”

“Ik wil niet meer naar Eerde,” zei Ollivandra. “Het is leuk daar, maar ik mis jullie gewoon zo erg, ik wil meer tijd met jullie doorbrengen. Er zijn zat leuke privéscholen hier in Bilthoven, toch?”

Ollivandra kon gelijk zien dat haar ouders helemaal niks ervoor voelden om Ollivandra weer elke dag in huis te hebben en haar naar een privéschool in de buurt te sturen, en het voelde alsof iemand een mes in haar hart had gestoken.

“Het spijt me, liefje, maar –”

“Als jullie niet meer van me houden, waarom sturen jullie me dan niet voor altijd naar die stomme kutschool?” riep Ollivandra boos, en ze voelde tranen opwellen.

“Ollivandra, ik denk dat het beter is als –”

“Ik naar mijn kamer ga? Doe geen moeite, ik ga al…”

*

Peter klopte op de deur van Ollivandra’s slaapkamer. “Ollivandra?”

Ollivandra had niet met haar ouders gesproken sinds de avond ervoor. “Ja?” zei ze, en ze voelde zich nerveus, omdat ze het gevoel had dat ze haar ouders alleen maar verder weg had gedreven in plaats van dichterbij te krijgen.

“Je moeder en ik hebben met elkaar gesproken, en het lijkt ons beter als –” Het lijkt ons beter als. Ollivandra wist eigenlijk al wat dat betekende. Hoe dan ook niet iets waar ze blij mee zou zijn. “– je voortaan alleen nog in de vakanties thuiskomt, de kerstvakantie en de zomervakantie, zodat we meer tijd voor je hebben, en de tijd die we samen hebben dan ook volledig kunnen benutten om met elkaar te zijn.”

Ollivandra knikte boos. “Okee.”

Peter keek haar aan. “Vind je het echt okee?”

Ollivandra keek hem boos aan, en het antwoord was duidelijk. Peter zuchtte en wilde naar haar toe lopen, maar ze schudde haar hoofd. “Nee, ga maar weg. Straks zien we elkaar nog teveel, dan kan ik je niet meer waarderen als ik straks weer op Eerde zit,” zei ze bitter.

Peter zuchtte nog een keer en schudde zijn hoofd, draaide zich om, en sloot de deur achter zich.

Ollivandra balde haar vuisten en sloeg een paar keer tegen de muur aan met haar knokkels. Het deed pijn, maar niet zoveel pijn als het van binnen deed.

September 1996 (15); International Boarding School Eerde, te Ommen

“Nu is het genoeg!”

De woorden drongen nauwelijks tot Olli toe. Bloed droop van de linkerkant van haar gezicht en Ninna’s scherpe, lange nagels grepen nog naar haar keel, maar Olli negeerde de pijn. Met haar schouder duwde ze Ninna’s hand aan de kant en ze duwde Ninna tegen de grond en hield haar daar.

“Eens kijken hoe je van plan bent dat zonder nagels te doen,” schreeuwde Olli boos terwijl ze Ninna’s bebloede rechterhand onder haar rechterarm klemde en met haar linkerhand haar zakmes uit haar zak frummelde.

“Val dood, stomme kut ginger!” Ninna worstelde om los te komen, maar Olli grijnsde tevreden terwijl ze haar tegen de grond hield en klapte het mes uit.

“Ollivandra Veenstra! Nu is het genoeg!”

Het mes sneed in Ninna’s vingertop toen Olli ruw werd weggerukt, en Ninna schreeuwde van de pijn omdat haar arm nog onder Olli’s arm zat en ze werd meegetrokken.

“Kut,” zei Olli tegen zichzelf toen ze omhoog gesleurd werd en haar docent recht in de ogen keek.

Haar docent – een sullige, kalende man van middelbare leeftijd – keek haar vuil aan. “Meekomen.”

*

Olli zat in de lange gang net buiten de deur met het bord ‘principle’ die ze maar al te goed kende. Ze hield een doek tegen haar wang en nek waar Ninna haar gekrabd had en zuchtte diep. Was ze maar thuis, bij papa en mama. Maar papa was altijd weg en mama had het toch veeeels te druk om de hele tijd op Olli te letten.

Olli keek op toen Ninna door de hal kwam lopen, haar arm in een mitella en een triomfantelijke grijns op haar gezicht alsof ze zojuist gewonnen had.

“Zie jij eruit joh,” zei Ninna met een brede grijns. Olli schoot haar een boze blik toe.

“Ha ha.”

“Oh, sorry, niet in de stemming?” Ninna haalde haar schouders op. “Jij begon, dus ik snap niet waarom je nog steeds boos bent. Je hebt je frustratie lekker kwijt gekund, toch?” Ninna balde haar vuist en verbrede haar grijns.

Olli trok haar wenkbrauw op en keek naar Ninna. “Kut gothic,” zei Olli, maar ze voelde zich al een stuk beter.

“He-le-maal mee eens,” zei Ninna met een spottende grijns, “Stomme kut gothics, hoe durven ze de boel te verpesten voor de mensen die alleen maar Ralph Lauren polos in felle kleurtjes dragen.”

“Ik snap je gewoon niet,” zei Olli. “Hebben je ouders je niet opgevoed ofzo?”

Ninna lachte. “Onder opvoeden versta jij het aanleren welke kleding wel en niet kan? Grappig. Ik dacht altijd dat het iets met liefde was.”

Olli vouwde boos haar armen over elkaar. Was het dat maar. Maar ze was trots op wat haar moeder haar had geleerd, en het was toch een vorm van liefde om je kind voor te bereiden op het leven en dit soort belangrijke dingen te leren. Olli zou in ieder geval nooit voor gek staan om haar kledingsmaak, want die was perfect.

“Gaat ‘ie trouwens?” vroeg Ninna. “Ik vergeet soms dat m’n nagels zo lang en scherp zijn. Vooral als iemand aan m’n haar trekt enzo.”

Olli haalde haar schouders op, in gedachten over haar ouders verzonken, en reageerde niet.

“Ik kom er wel weer bovenop, die gebroken arm komt eigenlijk meer omdat meneer Bos je van me aftrok.” Ninna gebaarde naar haar mitella. “En ik ben een nagel kwijt…”

“Mevrouw Veenstra.” Het was de diepe stem van principle Marlow. “Nou, zullen we dan maar?”

Ninna keek Olli geamuseerd aan en trok een wenkbrauw op.

“Jij kan gaan hoor, Ninna.”

Ninna boog beleefd haar hoofd. “Ja, meneer.”

Toen principle Marlow zich terug naar de kamer omdraaide grijnsde Ninna breed, kuste haar hand en blies de kus naar Olli. Olli stak haar middelvinger naar Ninna op, volgde principle Marlow de kamer in, en bereidde zich voor op een lange zit…

5 December 1996 (16)

“Klop klop.” Ninna.

“Je kan ook daadwerkelijk kloppen, hoor,” riep Olli naar de deur.

“Ja, mag ik nou binnenkomen of niet?”

Olli zuchtte. “Ja, ja… Kom binnen.”

Ninna duwde de deur open en kwam binnen. Haar lange, golvende zwarte haar zat in een staartje en ze droeg een zwarte, wijde broek en een donkerrood t-shirt. In haar hand had ze een met roze papier ingepakt doosje met een gele strik erom.

“Waar is dat voor?” vroeg Olli, en ze gebaarde naar het doosje.

“Het is toch je verjaardag? Ik dacht, ik kom op je feestje.” Ninna keek zoekend de kamer rond. “Waar zijn de gasten?”

“Grappig. Jenny en Sanne komen later vanavond langs. Ik geloof dat het de bedoeling was om weg te sluipen en te gaan zuipen ofzo, of misschien nemen ze wat mee…” Olli haalde haar schouders op. “En m’n kamergenootje is even weg, maar die houdt toch niet van feestjes, saai wijf, dus anders zat ze nu te studeren in plaats van mijn zestiende verjaardag te vieren.”

“Oh,” zei Ninna. “Anyway, dit is je cadeautje.” Ze hield het kleurige pakketje omhoog.

Olli grijnsde. “Je had me blijer gemaakt als je voor de verandering eens behoorlijke kleding aan had getrokken.”

Ninna veinsde verontwaardigd te zijn en trok aan haar wijde, zo-donkerrood-dat-het-bijna-zwart-is t-shirt. “Hey, het is geen zwart! Ik heb m’n best gedaan!”

“Uh huh…” Olli griste het pakje uit Ninna’s handen en trok het papier en de lint eraf. Ze opende de doos en daarin zat een klein juwelendoosje. Olli keek naar Ninna met opgetrokken wenkbrauwen, maar Ninna gebaarde dat ze het open moest maken.

In het doosje zat in ieder geval geen sieraad, maar een verfrommeld, grijs schijfje. “En het is een…”

“Aandenken aan mij,” zei Ninna met een brede grijns en ze hield haar rechterhand omhoog. De breuk aan haar arm was genezen, maar aan haar wijsvinger miste nog altijd een vingernagel.

“Getver, dat meen je niet!” krijste Olli en ze gooide het doosje met de nagel van zich af alsof het bezeten was. Ninna begon te lachen. “Gek wijf!”

“Moet jij nodig zeggen! Je kijkt niet op of om als er nagels zó diep in je wang worden gezet dat het nu nóg te zien is, maar als de nagel die je zelf hebt afgesneden voor je neus staat is het ineens vies.” Ninna schudde haar hoofd. “Anyway, gaan we nog feesten?”

“Ik zei toch dat er geen feestje was?”

“Nou, we kunnen toch kijken of iets op TV is ofzo, of iets anders leuks doen?”

Olli haalde haar schouders op. “Okee. Ik hoef je cadeautje trouwens niet, neem maar weer mee terug.”

Olli stond op en ging op haar bed zitten. Ninna stond op, liet het doosje en de nagel op de grond liggen en drukte de zwart-wit TV aan. Er was een storende horrorfilm op TV die Olli niet echt hoefde te zien, maar Ninna staarde er een minuutje naar voor hem goed te keuren en plofte naast Olli op het bed neer.

“Hou je van dit soort onzin?” vroeg Olli terwijl ze keek naar een storende zwart-wit dracula die uit zijn doodskist stapte.

“Het is geen onzin hoor,” zei Ninna. “Maar goed, jij gaat me toch niet geloven, eigenwijs.”

Olli lachte. “Jij gelooft dus dat er mensen zijn die in as veranderen als ze in de zon komen en onwetende onschuldige mensen naar hun landhuizen en kelders lokken om hun bloed te zuigen?”

“Er zijn geen onschuldige mensen,” zei Ninna, “Maar, ja. Iedereen kan er een zijn. Wie weet ben jij er zelfs wel een.” Ninna grijnsde breed.

“Nou, ik heb je anders niet gelokt, hoor, je kwam zelf onuitgenodigd binnen.” Olli keek Ninna aan. “Dus als ik een vampier was ben ik wel een verdomd goede.”

Ninna veegde haar golvende zwarte haar uit haar gezicht en keek naar Olli. “En dan is nu zeker het moment dat je me in m’n nek gaat bijten.” Er was een speelse blik op Ninna’s gezicht terwijl ze Olli uitdagend aankeek. Olli beet op haar lip en keek Ninna aan met een voorzichtige glimlach.

Voor Olli kon beslissen of ze op Ninna’s uitdaging in zou gaan legde Ninna haar hand op Olli’s linkerwang, waar de sporen van haar nagels nog steeds niet gewist waren, en zoende haar. Olli wist niet wat ze ervan moest denken; haar eerste gedachte was om Ninna weg te duwen, aangezien ze nog nooit wat voor een meisje had gevoeld, maar het gevoel van de vlinders in haar buik was te sterk om te negeren…

Juni 1997 (16)

“Ninna!” schreeuwde Olli de grote lindenboom in het park in. “Nientje! Joehoe!”

Er klonk geritsel uit de boom en Ninna sprong uit de boom en landde naast Olli. Ze sloeg haar armen om Olli’s nek heen en zoende haar, maar Olli duwde haar snel weg.

“Jezus, rustig aan man, straks ziet iemand ons!”

Ninna keek teleurgesteld. “Kom op Olli… Denk je dat dit leuk is voor mij ofzo? Ik moet altijd al wachten tot je mij komt opzoeken omdat Sanne en Jenny niks van me willen weten. Gun mij ook m’n pleziertjes.”

“Ja, sorry. Ik wil niet dat ze hier gaan denken dat ik pot ben ofzo. En als een docent het ziet vertellen ze ‘t vast aan m’n ouders…”

Ninna’s blik verstarde. “Pot? Dankje, Ol, heel lief van je… Heb je nog meer koosnaampjes bedacht sinds we elkaar voor het laatst zagen?”

“Je weet dat ik het niet zo bedoel, Nien.” Olli keek om zich heen. Gelukkig was er niemand te zien. Ze pakte Ninna’s hand en trok haar mee naar de heg die de grens van het landgoed van kostschool Eerde markeerde. Bij de heg gingen ze zitten en Olli sloeg haar armen om Ninna heen, ver van haar vrienden en docenten vandaan, en tongzoende haar. Ninna duwde Olli tegen de grond, trok haar Ralph Lauren blouse uit haar broek en aaide haar buik terwijl grassprietjes zachtjes in Olli’s rug prikten.

“We zouden matchende tattoos moeten nemen,” zei Ninna met een speelse grijns op haar gezicht. Olli wist niet of Ninna het meende of een grapje maakte; dat wist ze nooit, maar dat was een van de dingen die zo leuk waren aan Ninna.

“Tattoos? Daar zouden mijn ouders blij mee zijn,” zei Olli lachend. “En waar wilde je die dan gaan halen?”

Ninna legde haar hand op Olli’s knie en liet hem over haar bovenbeen omhoog glijden. Olli beet op haar lip toen Ninna dichterbij haar kruis kwam. Ninna keek Olli met een speelse blik aan en haalde toen haar hand weg en greep in Olli’s broekzak. Ze pakte Olli’s zakmes uit haar zak en hield hem omhoog met een brede, duistere grijns.

“We kunnen ze zelf maken.”

“Uhm…” Olli twijfelde. “Ik weet het niet, hoor.”

“Ben je bang?” Ninna grijnsde breed. “Je bent bang!”

“Nee!” riep Olli verontwaardigd. “Natuurlijk ben ik niet bang! Maar misschien moeten we er een nachtje over slapen, of eerst iets kleins proberen ofzo.”

“Ja nee, dan worden we bang omdat het niet goed lukt ofzo, als we eerst proberen. Kom op, we doen gewoon iets kleins, een hartje en onze initialen ofzoiets?”

Olli zuchtte diep. “Ik heb geen flauw idee wat me bezielt, maar okee. Zolang het ergens is waar niet iedereen het ziet.”

“Je schouder ofzo?”

“Okee, maar alleen als ik jou eerst mag doen.”

Ninna knikte en trok haar slubberige gele t-shirt uit.

“Jezus, je had me wel mogen waarschuwen dat je er niks onder aan had,” mompelde Olli en ze keek gauw rond of er niemand in de buurt was.

“Ik wilde je er eigenlijk zelf achter laten komen.” Ninna gromde speels in Olli’s oor, draaide zich om en ging op haar buik in het gras liggen.

Olli klapte haar zakmes uit. “Je moet het zeggen als het teveel pijn doet, hè.” Ninna knikte en wapperde met haar hand, wat in Olli’s ervaring iets betekende als ‘schiet nou eens op’.

Olli zette het mes in Ninna’s rug, op haar rechterschouderblad, en begon een hartje te snijden. Ze legde haar andere hand op Ninna’s rug en voelde Ninna haar spieren aanspannen in teruggehouden pijn.

Ze kerfde een hartje met links een O en rechts een N en er achter ‘4ev’. Aangezien Olli hier geen ervaring mee had kwam het er nogal onbeheerst uit te zien, alsof Ninna vreselijk had tegengesparteld.

“Misschien moet ik het later nog een keer doen als het niet blijft zitten,” zei Olli. “Deed het veel pijn?”

Ninna ging rechtop zitten en haalde haar schouders op. “Best wel ja. Maar ik denk dat het voor jou wel meevalt, je bent wel wat gewend.”

Ninna trok haar shirt weer aan en nam het mes aan van Olli. Olli maakte de knoopjes van haar blouse los en trok hem uit, daarna het hemdje dat ze eronder aan had.

“Lukt het zo?” vroeg Olli.

“Hmm, weet het niet, ik vrees dat die BH echt uit moet.”

“Echt niet,” zei Olli, “Jij maakt je misschien niet druk om wie dit allemaal ziet, maar áls er dan iemand langskomt heb ik die liever aan, dus je doet het maar zo.”

Ninna grinnikte. “Wat jij wil.”

Olli ging met haar buik op het gras liggen en wachtte tot Ninna klaar was. Olli balde haar vuisten om een paar grassprietjes heen toen Ninna het mes in haar onderrug zette. “Nieeen!” schreeuwde ze boos. “Dat is veels te laag, man!”

“Nu ben ik al begonnen hoor, dus blijf nou maar rustig liggen. Jij wilde zo nodig dat ik je BH niet uitdeed!”

Olli klemde haar tanden op elkaar en wachtte tot Ninna klaar was.

“Ik heb er Olli hartje Nien van gemaakt, is dat okee?”

Olli krabbelde overeind en lachte. “Als het niet okee was hadden we nu een probleem.”

“Wacht nog maar even met je blouse weer aandoen,” zei Ninna met een grijns. “Niet dat ik niet van het uitzicht geniet hoor, maar ik bedoel, anders komt er bloed op enzo.”

“Ja ja…” Olli grinnikte en legde een hand op die van Ninna. “Je bent een gek wijf, weet je dat?”

Ninna grijnsde breed. “Ik weet het. Daarom hou je zo van me.”

Oktober 1997 (16)

“Olli, waarom doe je toch zo raar de laatste tijd?”

“Raar?” Olli keek op van het boek dat ze aan het lezen was naar Sanne.

“Ja, ik had het er laatst met Jenny over. Je doucht niet meer met de rest na gym, je ontwijkt ons de hele tijd en je staat veels te vaak met dat rare gothic meisje te praten, Ninny ofzo.”

“Ninna,” zei Olli.

“Kijk, dat is echt precies wat ik bedoel! Waarom verdédig je haar?”

Olli reageerde niet en keek star voor zich uit.

“Kom je vanavond naar mij en Jenny toe?” vroeg Sanne. Olli wist dat dat betekende ‘kom je je klem zuipen?’.

“Nuh,” zei Olli. “Ik heb veel huiswerk.”

“Jij en huiswerk? Ja hoor.”

Olli haalde haar schouders op. “Bovendien is de marathon volgende week al, dus ik ga denk ik nog even trainen.”

Sanne rolde haar ogen. “Je bent veranderd, Olli.”

Ollivandra glimlachte terwijl ze van Sanne wegliep.

“Weet ik.”

*

“Olli! Ol, het is zo erg niet, joh… Kunnen we in ieder geval gewoon samen zijn enzo.”

Ollivandra begroef haar gezicht in haar handen terwijl ze huilend op de onderste tak van Ninna’s lindeboom zat. Ninna stond onderaan de boom.

“Hey, joh…” Ninna zuchtte. “Mag ik naar boven komen?”

“Nee!” schreeuwde Ollivandra. “Ik wil je nooit meer zien, trut!”

Ninna keek weg en fronste. “Dat zeg je alleen maar…”

“Nee, ik meen het! Ik wil je nooit meer zien, Nien! Je hebt m’n leven verpest, je hebt alles verpest! Nu denkt iedereen dat ik een lesbo ben, en m’n reputatie is verneukt!”

“Maar Ol, je houdt toch van me?”

“Ik ben geen pot, trut! Rot op!”

“Fine. Prima.” Ninna draaide zich om en liep weg. Olli hoorde haar nog naroepen, “Kom me maar opzoeken als je klaar bent met jezelf zielig vinden.”

Olli keek Ninna na en leunde tegen de boom terwijl de tranen nog steeds van haar wangen rolden. Stomme kut-ideeën van Ninna met haar tatoeages. Olli wist dat het een slecht idee was, maar toen Ninna het voorstelde had ze zich laten overhalen. Nu had het alles voor ze verpest. Nou ja, voor Ollivandra in ieder geval; Ninna was toch al een nobody.

*

De volgende dag stond Ollivandra aan de startlijn van de halve marathon Ommen. Ze droeg een zwarte korte broek en een roze sporttop waardoor de tatoeage van Ninna zichtbaar was, maar het kon haar niks meer schelen; iedereen wist het toch al.

“Wat romantisch, Ol. Gisteren alleen nog in de douches en nu al in publiek je liefde tonen.” Sanne duwde zich langs Ollivandra en duwde haar met haar schouder weg. “Schattig hoor.”

“Gods, Ol, I barely believed it when San told me. What happened to you?” Jenny keek van de zijlijn toe en trok haar neus op alsof Ollivandra een vieze nerd was ofzo.

“Niks,” zei Ollivandra boos. “Helemaal niks. Jullie zijn de trutten.”

“You’re the dyke,” zei Jenny met een stem die bijna medelijdend was. “Which, in its own, would be a forgivable act as long as you keep your mitts off me, but bloody hell Ol, with that girl? You, of all people, so set on social standards.” Jenny schudde triest haar hoofd.

“Fuck you,” zei Olli en ze duwde Sanne tegen de grond voor ze wegliep, voordat ze iets doms zou doen; zoals Jenny de hele marathon aan haar haren over het asfalt sleuren. Toen ze achter zich keek zag ze een paar mensen naar Sanne’s zijde rennen om haar overeind te helpen, en het was haar toen duidelijk dat hoe erg ze Sanne of Jenny ook zou toetakelen, ze op die manier nooit haar respect of positie in de Eerde rangorde zou terugverdienen.

In de meute mensen die aan de zijkant stonden om de starters aan te moedigen zag Ollivandra Ninna. Ninna zwaaide naar haar en glimlachte voorzichtig, maar Olli keek weg en voor zich uit, naar haar doel. Het enige wat ze nu kon doen was Ninna negeren, de halve marathon winnen, en via haar prestaties in de sport en gedrag haar respect terugverdienen.

*

(twee dagen later)

“Hee, Ollivandra. Gefeliciteerd met je resultaten in de halve marathon van de week!”

Ollivandra keek op van haar boeken naar de eigenaar van de stem, een tengere, nerdy jongen waarvan ze wist dat hij bij haar in de klas zat. Z’n naam was Mick, ofzo.

“Rot op, kutnerd,” zei ze dreigend. “Denk je echt dat iemand zoals ík met iemand zoals jou gaat staan praten?”

“Nou, ik dacht…” stamelde Mick.

“Daar ging je dus al de fout in.”

Toen Ollivandra om zich heen keek zag ze dat een paar mensen om hen heen bleven staan en naar haar staarden.

“Ik dacht, nu je niet meer cool was, dat we misschien vrien–”

Ollivandra sloeg Mick op zijn neus, die meteen begon te bloeden. Mick wankelde een paar stappen naar achteren, waar hij werd opgevangen door een bezorgde medeleerling. Ollivandra staarde Mick en de andere leerling boos aan, en ze keken bang terug. Ze zag dat ze écht bang waren; bang om in elkaar geslagen te worden…

Maar niet meer bang om een sociale outcast te worden omdat ze Ollivandra Juliette Veenstra boos hadden gemaakt. Niet meer bang voor haar oordeel, voor het respect dat ze net zo makkelijk kon wegnemen als dat ze het had gegeven.

Ze waren alleen bang voor haar vuisten, niet voor haar aanzien.

Olli balde haar vuisten en liep naar haar kamer. Haar kamergenootje was gelukkig weg, en ze gooide zich daar op haar bed en begon te huilen.

Ze dacht dat het nog wel te maken was, haar reputatie, maar begon nu voor het eerst te twijfelen aan dat rotsvaste geloof…

*

(een week later)

“Klop klop.” Olli stond voor Ninna’s deur en beet op haar lip nadat ze de woorden had gezegd.

“Je kan ook gewoon kloppen, hoor.” Ninna klonk vrolijk.

“Ja, mag ik nou binnenkomen of niet?” zei Olli met een voorzichtige glimlach.

Ninna trok de deur open. Ze had wat spatjes verf op haar gezicht zitten en een kwast in haar hand. “Duh.”

Olli keek eerst voorzichtig de kamer rond, maar gelukkig was Ninna’s kamergenootje nergens te bekennen. “Ben je alleen?”

“Jup.” Ninna legde de kwast neer naast een schilderij van een acht-koppige helhond die mensen aan het opvreten was en keek Olli aan met een zachte blik. “Jij zo te zien ook.”

Olli keek weg en beet op haar lip. Ze voelde tranen opkomen maar wist ze terug te houden. “Sorry. Ik heb het verpest en jij bent de enige die nog wat in me zag, en toen heb ik je als grof vuil behandeld.”

“Ik snap ’t wel. Een boel meiden hier zijn zo. Ouders denken dat prestige het allerbelangrijkst is…” Ninna haalde haar schouders op. “Ik heb denk ik gewoon mazzel met gekke kunstige ouders enzo.”

Olli wilde haar ouders verdedigen, maar besloot om er niks meer over te zeggen. Misschien had Ninna wel gelijk, hoewel Ollivandra nog steeds niets liever wilde dan weer de top dog van Eerde zijn.

“Ik wil niet weten wat m’n ouders gaan zeggen als ik met de kerst weer thuis kom,” zei Olli.

“Ik zou er niet teveel waarde aan hechten, aangezien kerst nog een paar maanden weg is. Ten eerste, als ze je er écht zo graag over wilden spreken zaten ze nu wel in de auto hierheen, en ten tweede, dan is alles vast weer wat gezakt. Komt wel goed joh.”

Olli grinnikte. “Jij ziet ook overal wat lichts in.”

Ninna grijnsde en gebaarde naar zichzelf. “Grappig. De meeste mensen vinden me juist duister. Alsof ik een pessimist ben alleen maar omdat ik zwarte kleding draag, hallo…”

Zonder iets te zeggen omhelsde Ollivandra Ninna en legde haar hoofd op Ninna’s schouder, begroef haar gezicht in Ninna’s golvende zwarte haren.

“Vorige week wenste ik dat ik je nooit had ontmoet, maar nu weet ik dat je het beste bent dat me ooit is overkomen,” fluisterde ze.

19 December 1997 (17)

“Het was heel leuk je te ontmoeten, Olli,” zei Ninna’s moeder met een brede glimlach. “Héél leuk.”

“Kom schat, laat het arme kind met rust. We zien haar vast binnenkort nog weleens,” zei Ninna’s vader. “Kom Nin, we moeten nu echt gaan, oma wacht.”

Ninna schreef nog gauw even een briefje en duwde het in Ollivandra’s handen. “Kom me opzoeken, ja? Telefoonnummer staat daar ook op. Bel effe en dan komen we je in Deventer van ’t station halen.”

Olli knikte. “Ik ga ‘t mijn ouders vragen, misschien mag ik deze vakantie nog wel langskomen.” Wat een grap; natuurlijk mocht dat. Hoe minder Olli in huis was, hoe beter voor haar ouders, dacht ze bitter. Ze kuste Ninna voorzichtig op haar wang – het was nog steeds een beetje weird om te doen, helemaal met Nien’s ouders erbij – en zwaaide haar uit.

Niet lang nadat Ninna en haar ouders weg waren hoorde Olli het vertrouwde geluid van papa’s Aston Martin achter haar. Ze draaide zich met opgelichte ogen om en haar moeder stapte eerst uit. Ze droeg een roze Ralph Lauren blouse, een vest over haar schouders geslagen en een lange rok aan met daaronder hakken. “Mam!” riep Olli uitgelaten en ze liep op haar moeder af.

Helen rukte haar zonnebril van haar gezicht en liep met korte, boze passen op Olli af. “Ollivandra Juliette Veenstra!” schreeuwde ze boos.

Olli stopte met lopen en keek haar moeder aan terwijl deze zich een weg naar Olli baande door de andere leerlingen heen. Ze hoorde haar vader uitstappen. Hier en daar giechelden een paar studenten die haar aan het aankijken waren.

Helen greep Ollivandra’s arm en sleurde haar zonder een woord mee naar de auto. “Mam, auw! Ik kan zelf ook wel in de auto stappen, hoor!”

“Helen, liefje, rustig aan. Denk aan je bloeddruk,” zei Peter.

Ollivandra keek nog een keer achterom naar de giechelende studenten die ze achter zich liet voor ze de auto instapte, terwijl haar vader haar tas pakte en in de Aston Martin zette.

De terugreis naar huis was stil. Niemand zei wat, maar Ollivandra voelde de spanning opbouwen. Waren haar ouders maar wat meer als die van Ninna (maar dan met wat betere kledingsmaak). Thuis zou er vast en zeker een preek volgen, of een ruzie, of misschien een kille stilte omdat ‘het kerst is en we moeten met zijn allen gezellig doen’. Olli hoopte dat het niet het laatste zou zijn, maar ze had zo’n vermoeden…

25 December 1997 (17)

Het was een grote hel geweest sinds haar terugkomst naar huis. Helen had niet tegen haar gepraat over de zaken, maar Olli had haar wel elke avond met Peter horen praten, gepikeerd gekrijste tirades die werden beantwoord met “ja, liefje”s en “nee, liefje”s.

Opa en oma kwamen langs met kerst en het moest gezellig zijn. Met nadruk op ‘moest’. Aan het avondeten was de sfeer gedrukt. Natuurlijk wilden opa en oma weten hoe het met Olli ging op school, en natuurlijk werd er geen woord gerept over Ninna of de ‘verschrikkelijke verminking’ op Olli’s rug.

In plaats van de waarheid te vertellen vertelde Helen vol lof en trots verhalen over Olli’s prestaties op de halve marathon van Ommen en hoe goed het ging met haar sportprestaties en cijfers op school.

“En ik heb een vriendinnetje,” zei Ollivandra terwijl ze oma recht aankeek.

“Och ja, heb je nieuwe vriendinnen gemaakt? Wat leuk, kind.” Oma glimlachte zacht.

“Nee oma, ik bedoel een vriendinnetje. Zo een waar je dingen mee doet.”

Oma keek verbaasd. “Och ja, maar iedereen doet toch dingen met hun vriendinnen?”

Ollivandra grijnsde. Ze merkte op dat haar moeder haar met een giftige blik aan zat te kijken, maar ze negeerde het. “Niet deze dingen, denk ik. Wat ik bedoel te zeggen, oma, is dat ik verliefd ben. Ze heet Ninna en ze is kunstenaar. Ze kan heel mooi schilderen enzo.”

“Ollivandra! Zo is het genoeg!” Helen stond op van de tafel en haar vork vloog over de tafel, miste Olli nét en viel op de grond aan de andere kant van de tafel.

Olli stond op. “Je kan het niet negeren, mam! Ik hou van Nien en ik laat me echt niet door jou vertellen wat ik wel en niet mag doen!”

“Je bent nog altijd niet volwassen, dus je hebt je maar aan de regels te houden!”

“You’re not the boss of me!” schreeuwde Olli boos. “Je kan me niet dwingen! Als je me had willen vertellen op wie ik verliefd mag worden had je maar wat beter je best moeten doen met me opvoeden!”

“Ollivandra, zo is het genoeg,” bromde Peter, terwijl Helen’s gezicht rood aanliep. Opa en oma keken ongemakkelijk en geshockeerd, en Ollivandra had medelijden met ze. Maar niet medelijden genoeg om nu te stoppen.

“Nee mam, pap. Ik wil dat jullie me accepteren zoals ik ben, en dat is met Ninna. Tóe! Ik hou écht van haar!”

“Je denkt alleen maar dat je van haar houdt, Ollivandra. Toe, Juultje. Wij weten echt wat het beste voor je is,” zei Helen, smekend en tegelijkertijd boos (ze hield zich duidelijk in).

“Je kan maar beter aan Ninna wennen, want ze hoort nu bij mij. En ik ga haar opzoeken deze vakantie en jullie kunnen haar maar beter accepteren want ze komt míj vast ook nog vaak zat opzoeken!”

“Ze komt hier niet het huis in!” brulde Helen. “Nooit! En jij gaat ook nooit bij haar op bezoek, hoor je me?! We sturen je wel naar een andere school, waar je je laatste anderhalf jaar kan afmaken. Denemarken ofzo.”

“Denemarken?! Echt niet dat ik daar heen ga! Doe eens normaal, mijn leven is op Eerde!”

“Dat leven heb je zélf kapot gemaakt, Juul!”

“Noem me niet zo, ik heet Olli!”

“Nu is het genoeg. Jij gaat van Eerde af en je ziet dat kind nooit meer.” Helen liep naar Ollivandra toe en keek haar aan met een rood, boos gezicht.

“Ik háát je,” brulde Olli boos. “Ik wou dat je dood was!”

Helen sloeg Olli vol in haar gezicht met een platte hand, iets wat ze nog nooit gedaan had. Ollivandra staarde haar moeder een paar seconden aan, de woede groeiend, en toen balde ze haar vuist en sloeg haar moeder tegen de neus. Helen stootte zich tegen de tafel en viel op de grond, haar hoofd tegel de tafel stotend.

“Naar je kamer,” zei Peter boos terwijl hij opstond en naast Helen knielde.

“Ik haat jullie!” riep Olli terwijl ze naar haar kamer rende.

*

Op haar kamer pakte Olli de tas die ze van Eerde had meegenomen, met haar favoriete kleren erin, gooide het raam open, en gooide haar tas naar buiten. Ze klom via de klimop langs het huis naar beneden. Niet zo lenig als Ninna, maar het lukte haar wel; het laatste stukje viel ze. Het was koud buiten – het vroor – maar aangezien Olli haar zware tas op haar schouder had en rende toen ze de grote villa in Bilthoven achter zich liet merkte ze het nauwelijks.

Ollivandra stopte niet voor ze bij het station aangekomen was. Ze greep in haar broekzak en pakte het verfrommelde papiertje uit haar zak waar Ninna haar telefoonnummer en adres op had geschreven. Olli pakte haar mobiele telefoon uit haar zak en beet op haar lip. Ze drukte de telefoon weg en stopte hem weer in haar zak; ze zou later wel bellen, als ze er bijna was, want nu voelde ze zich nog veel te boos, en dat verdiende Ninna niet.

Olli keek nog een keer achterom – meer om er zeker van te zijn dat niemand haar terug kwam halen dan uit gemis – voor ze op de trein richting Deventer stapte.

Embrace – 25 December 1997 (17)

“K-K-Kut NS,” zei Olli tegen zichzelf terwijl ze onder het bordje ‘Amersfoort’ stond. Ze had haar armen over elkaar gevouwen en stond daar, met haar tas, in haar mooie, dure, maar niet erg warme roze-geel geruite Ralph Lauren blouse terwijl het buiten vroor en de sneeuwvlokjes naar beneden dwarrelden. Het was al donker buiten, maar het leek alsof het nog steeds met de minuut kouder werd. “Alsof het niet elk jaar godverdomme vriest en sneeuwt.”

Ollivandra keek vies om zich heen – ze wist niet zo goed wat ze aan moest met al die gewone mensen op een treinstation, en ze had al twee mensen (twee teveel) om hulp moeten vragen om überhaupt een kaartje naar Deventer weten te kopen. Veel hadden oude, vieze jassen aan. Wel warm, maar Olli werd nog liever doodgevroren gevonden in haar Ralph Lauren blouse dan dat ze in zo’n jas rond zou lopen. En die vieze gerafelde broeken…

“Gaat het wel?” vroeg een man. Olli draaide scherp haar hoofd, maar gelukkig was het een normaal uitziende man die bovendien een net pak aanhad van een merk dat Olli’s vader ook vaak kocht. “Koud hè… Ik wilde met de trein gaan om drukte op de weg te voorkomen, maar misschien moet ik toch maar de auto pakken.”

Olli keek de man aan. “Ja. Stomme spoorwegen. Haast alsof het niet elk jaar vriest en sneeuwt.”

“Je ziet er niet uit alsof je vaak met de trein gaat. Waar moet je heen?”

“Oh, uhm…” Olli twijfelde, maar de man zag er betrouwbaar uit – net pak, een vriendelijke glimlach en korte, stekelige blonde haren. Hij was hooguit dertig jaar oud. “Deventer.”

“Weet je het zeker?” De man lachte. Olli was nog nooit in Deventer geweest en snapte de grap niet zo. Toen de man haar verbaasde gezicht zag zei hij, “Laat maar. Ik moet naar Apeldoorn, ik kan je daar wel afzetten, als je wil?”

Olli twijfelde even. “Okee. Staat uw auto ver?”

De man schudde zijn hoofd. “Op de parkeerplaats.”

Olli pakte haar tas en volgde de man naar de parkeerplaats, waar hij zijn ferrari opende, haar tas achterin legde en de deur voor haar openhield.

“Danku,” zei Olli toen ze wegreden. “Is hier een stuk warmer.”

De man glimlachte warm naar haar. Ze reden door Amersfoort heen en de stad uit.

“Moeten we niet de snelweg op?” vroeg Ollivandra.

“Nee, ik weet een kortere route,” zei de man. Olli voelde zich plotseling ongemakkelijk. Ze keek naar de man, die rustig voor zich uitkeek terwijl hij reed. Hij had een bleke huid en een charismatische glimlach op zijn gezicht; precies de glimlach die haar hem had doen vertrouwen.

“Volgens mij is dit echt niet korter hoor,” piepte Olli toen ze het bos inreden; ze had geen flauw idee waar ze was, maar volgens de routeplanner was het nabij Putten.

De man stopte de auto en keek haar aan. Olli greep naar de portier van de auto, maar die weigerde open te gaan.

“Rustig maar meisje, je bent hier veilig…” De man keek haar intens aan, en plotseling voelde Olli zich – voor het eerst in haar leven – in het nauw gedreven. De man greep plotseling haar borst en uit reflex hoekte Olli hem met haar elleboog in de tanden.

De man grijnsde alleen maar en, in het nauw gedreven en boos op hoe oneerlijk de wereld voor haar was, begon Olli hem in zijn gezicht te stompen. Ze wist niet hoe vaak ze hem al had geslagen toen ze eindelijk stopte. Zijn hoofd viel naar achteren tegen de leuning van de bestuurdersstoel. De charismatische glimlach stond nog steeds op zijn bebloede gezicht, ogen wijd open, maar hij bewoog niet meer.

In paniek begon Olli aan de portier te rukken, maar die was nog steeds op slot. Ze sloeg tegen de ruit van de auto aan, maar kreeg deze niet kapot. Nadat ze alle manieren van brute kracht had geprobeerd zag Olli het sleuteltje nog in het contact van de auto zitten en ze pakte het sleuteltje en opende de deur.

Zonder haar tas te pakken rende Ollivandra weg. Ze wist niet wat ze moest doen – ze had iemand vermoord! – en het enige wat ze wilde was bij Ninna zijn… Haar hoofd op Ninna’s schouder legger terwijl Ninna een luchtig grapje zou maken over hoe de politie haar vast en zeker straks zou komen halen, op de typische Ninna-manier zodat het duidelijk was dat Ninna dacht dat de politie er nooit achter zouden komen dat Olli ’t was en als ze dat al deden, dat ze Olli dan vast en zeker zouden bedanken omdat ze de wereld van een vieze perverse verkrachter had verlost.

Ollivandra rende door het bos, op zoek naar de bewoonde wereld, maar ze kon het gevoel dat iemand haar achtervolgde niet loslaten…

Toen Olli over een boomwortel struikelde werd het gevoel werkelijkheid. Nog voor ze zich kon omdraaien voelde ze hoe haar haar uit haar nek werd geduwd. Ze hoekte haar elleboog naar achteren maar raakte, vreemd genoeg – want Olli raakte altijd – niemand.

“Vecht maar terug,” kwam een zachte, vrouwelijke stem van achteren. “Word je alleen maar lekkerder van.”

Ollivandra krabbelde gauw overeind en bekeek haar belager. Ze was verrast om een jonge vrouw te zien, zo te zien een student. De vrouw droeg een lange bruine leren jas die er kapot gedragen uitzag, een slobberig mannenhemd met een sporttop eronder en een zwarte joggingbroek. Ze was gespierd, met brede bovenarmen en rommelig donkerbruin haar. Niet het soort persoon waar Ollivandra mee gezien wilde worden.

Met een starre blik staarde Ollivandra de vrouw aan, schouders naar achteren en haar handen laag maar klaar voor een volgende aanval.

“Wat wil je van me?” vroeg Olli.

“Waar was je naar op weg?” vroeg de vrouw zonder Ollivandra’s vraag te beantwoorden.

“Deventer,” zei Olli. “.. Naar m’n vriendje.”

De vrouw trok haar wenkbrauwen op en keek Ollivandra aan het een geamuseerde blik. “Deventer? Dan mag je blij zijn dat je hier terecht bent gekomen.”

“Wat bedoel je daar nou weer mee? Zeg me maar gewoon welke kant ik op moet, dan kan ik verder.”

De vrouw lachte. “Awh, wat schattig! Je denkt nog steeds dat je zomaar weg kan lopen.”

Olli keek de vrouw uitdagend aan, recht in haar ogen. “Wie heb je meegebracht om me tegen te houden, dan?”

“Het is leuk dat je vertrouwen in je kunnen hebt, maar het kan ook je ondergang zijn als je denkt dat je al gewonnen hebt en ook zo vecht.” De vrouw liep op Olli af, zonder dreiging in haar lichaamstaal.

Ollivandra keek haar recht in de ogen, dominant en klaar om haar op haar bek te slaan als ze te dichtbij kwam, maar hoe dichterbij de vrouw kwam, hoe minder graag Olli haar tanden eruit wilde slaan.

“Hey, ik zou je een lift aanbieden,” zei de vrouw, “Maar niet naar Deventer.” Olli keek de vrouw aan en voelde zich veilig.

“Ik weet niet waar ik dan heen moet,” zei Olli en ze voelde tranen naar boven komen. “Ik heb nergens meer om heen te gaan. Ik – ik – ik wilde alleen maar naar Ninna…” Ze hield de tranen binnen en keek de vrouw aan.

“Het komt wel goed, joh.” De vrouw glimlachte. “Het komt wel goed…” Ze omhelsde Olli, en Olli sloot haar ogen en leunde zachtjes op de schouder van de vrouw. Haar jas voelde vies en stonk, maar ze voelde zich zacht en veilig in haar armen.

“Dankje,” mompelde Olli zachtjes in de nek van de vrouw.

Olli opende haar ogen en schreeuwde, verrast en het veilige gevoel plotseling verbroken toen ze een scherpe pijn in haar nek voelde. Olli wilde wegrennen maar dat lukte haar niet. Voor ze het wist zonk ze tegen de vrouw aan, compleet overgenomen door een euforisch gevoel zoals ze nog nooit eerder had gevoeld, en ze kon haast niet meer op haar benen staan. De vrouw hield Olli stevig in haar armen, liet haar niet vallen.

Olli voelde zich licht in haar hoofd en registreerde vaag dat de vrouw opkeek en haar tongzoende. Ze proefde bloed, en ging er vanuit dat het haar eigen was.

“Geen dank,” fluisterde de vrouw.

Ollivandra Veenstra

Apeldoorn by night Mews